Kattenziekte

Geplaatst op woensdag 19 mei 2010 @ 09:06, 54 keer bekeken

Kenmerken.

Kattenziekte is een virusinfectie van het maagdarmkanaal. Het virus komt overal op de wereld voor en is zeer besmettelijk.
Het tast de afweer aan doordat de meeste witte bloedcellen doodgaan.
Verschijnselen:

  • Sloom
  • Hoge koorts (vaak 40-41°C)
  • Verlies aan eetlust
  • Veel braken
  • Bloederige dunne ontlasting (diarree)
  • uitdroging
  • Heftige buikpijn

Door de verminderde afweer kunnen andere infecties het ziektebeeld verergeren. Zeer jonge katjes kunnen een vreemde manier van lopen vertonen, wanneer de hersenen zijn aangetast. Kattenziekte heeft een hoog sterftepercentage, vooral onder jonge katten. Bij dieren, die de ziekte overleven, kan de dunne ontlasting (diarree) langere tijd blijven bestaan.

Sommige katten sterven zonder ziekteverschijnselen.

Besmetting.

Het virus is buiten de kat zeer resistent en kan nog maanden in de omgeving aanwezig blijven. Alleen goede desinfectie van goed te reinigen oppervlaktes kan het virus onschadelijk maken. Een bankstel of vaste vloerbedekking is echter al niet goed te desinfecteren.
Het virus is dus zeer moeilijk weg te krijgen, zodat een eenmaal besmette ruimte jarenlang gevaarlijk kan blijven voor andere katten.
Katten die nooit buiten komen lopen natuurlijk minder risico op besmetting. Maar zoals hierna blijkt kun je als mens de ziekte ook overdragen. Ongewild en onbewust kun je het virus meenemen naar huis.

Verspreiding.

Het virus verspreidt zich gemakkelijk.
Katten kunnen op allerlei manieren besmet raken: via onderling contact tussen katten maar ook via mensen (het virus kan aan de kleding, de handen of de schoenen van een argeloze bezoeker zitten en zo worden overgebracht). Ook vlooien kunnen de ziekte van de ene naar de andere kat overbrengen.
De ziekte kan echter niet op de mens worden overgebracht.

Bestrijding.

Er is geen behandeling mogelijk tegen deze ziekte. Wel kan geprobeerd worden om de katten te ondersteunen met infuzen en antibiotica (tegen de andere infecties).

Inenting.

Als de kittens geen moedermelk meer krijgen moeten ze worden ingeënt. Met 6 tot 8 weken voor het eerst tegen kattenziekte en niesziekte. Deze enting moet als ze 12 weken zijn, worden herhaald met een cocktail tegen kattenziekte en niesziekte. Het kitten is nu voor een jaar lang beschermd.
Inenting van de moederpoes vóór de dekking zorgt ervoor, dat zij aan de kittens via haar melk een goede weerstand meegeeft voor de eerste levensweken.
Volgens de Amerikaanse diergeneeskundige vakliteratuur heeft een kat gedurende 3 tot 4 jaar genoeg antistoffen tegen het kattenziekte virus, mits de kat de laatste inenting op minimaal 16 weken leeftijd heeft gekregen.
Het is echter verstandig dat deze entingen jaarlijks worden herhaald.
Voor pensions en tentoonstellingen geldt vaak een inentingsplicht. Hoe vaak en hoe kort van te voren de kat tegen kattenziekte ingeënt moet zijn, is per pension verschillend. Dus vraag bij de reservering naar de inentingseisen.

Misverstand.

Er wordt nog wel eens gedacht dat het bij oudere katten niet meer nodig is om ze te laten enten. Maar juist die katten zijn doordat ze ouder zijn meer vatbaar voor ziektes. En tegen kattenziekte is geen enkele niet-geënte kat opgewassen.


Welkom bij Clubs!

Kijk gerust verder op deze club en doe mee.

Wat is dit?


Of maak zelf een Clubs account aan: